Ieder jaar na de zomervakantie heb ik last van een beetje plankenkoorts. Zou ik het nog wel kunnen? Lesgeven bedoel ik dan. Of misschien meer specifiek, een horde puberende hyena’s in zoverre te motiveren dat ze opdrachten doen waar ze geen zin in hebben, waar ze het nut niet van inzien, die saai en vervelend zijn en hopeloos ouderwets.
Zo ben ik bijvoorbeeld dit jaar een offensief gestart waarbij de leerlingen een papieren agenda moeten gebruiken. De eerste hobbel die we moeten overwinnen is de scepsis van de ouders die aangeven niet weer een agenda te willen kopen die ze het hele jaar leeg in de la van het bureau zien liggen. Als de lessen dan beginnen en de meeste leerlingen een agenda hebben, komen de bloedstollend mooie argumenten van de pubers over me heen gedenderd. “We hebben toch Som! (een digitale app waar het rooster, huiswerk en cijfers in staan) Waarom zou ik een agenda gebruiken om moeite te doen om alles op te schrijven als het daar al staat?! Dat is dubbel werk, ik heb mijn agenda niet bij me zoals mijn mobiel!” Een leerling toont demonstratief hoe stom het staat wanneer je je agenda in je broekzak zou hebben.Alle commentaar wordt gevolgd door een verontwaardigd uitroepteken.
“Ok” zeg ik, laten we het eens op een rijtje zetten, de voor- en nadelen van digitaal en papier. Ik maak een groot schema op het bord en de voordelen van de digitale agenda worden groot uitgemeten, tot in detail zorgvuldig verwoord. Je kan een afspraak zich laten herhalen. Je kan je agenda delen met je familie. Je kan met kleurtjes werken. Je kan anderen iets in de agenda laten zetten. De argumenten voor een papieren agenda worden weg gehoond.
Ze hebben stuk voor stuk gelijk, want ja, je kan ontzettend veel met een digitale agenda. Maar een heel belangrijk punt ontbreekt wanneer je gebruik maakt van de digitale variant en dat is inzicht krijgen in tijd. Door door een papieren agenda heen te bladeren, heb je meer overzicht in wat je de komende week te wachten staat, of hoe lang het duurt voor je een deadline hebt. Dat inzicht is vele malen moeilijker wanneer je scrolt door je scherm.
Ik plaag ze nog verder door aan te geven dat ik van ze verwacht dat zij alle opdrachten die ze krijgen in de les, noteren in de agenda. En dat ze het afvinken, of doorkruisen, of markeren, wanneer ze de opdrachten gemaakt hebben. Zuchtend en steunend gaan ze aan de slag. Ik beloon met complimenten en snoep.
Wat ik namelijk wil bereiken met deze actie, is dat zij zelf gaan inzien hoeveel werk ze eigenlijk verstouwen wanneer ze vijf dagen in de week zeven lesuren per dag op school zijn. Dat ze beter onthouden wat ze nog moeten doen doordat ze het zelf, met de hand, schrijven. Dat ze grip krijgen op school en alle taken en verwachtingen die daarbij horen.
Dus maak ik van de agenda het meest belangrijke speerpunt van de eerste weken. Roep ik de goden aan, doe ik een dansje, stimuleer en motiveer. Inspireer door mijn eigen notebook te laten zien. En hoop ik ze mee te krijgen.
We zijn nu een week verder. De protesten veranderen in een schouderophalend gezucht. Ze doen het nu nog omdat ik dat van ze vraag.
Maar ik hoop toch zo dat ze straks zelf de voordelen gaan ervaren.
Door daadwerkelijk inzicht te krijgen in de eigen tijd, leren ze waar ruimte ligt of waar ruimte nodig is. Ze krijgen inzicht in wat ze al gepresteerd hebben. Ze kunnen keuzes maken, juist in de vrije tijd. Ik hoop dat ze de keuzes maken om op de dinsdag vast even een toets te leren, zodat ze woensdag naar oma kunnen gaan, met vrienden kunnen afspreken, een taart te bakken. Dat ze leren te kiezen wat goed voelt, in plaats van wat eigenlijk zou moeten. Zonder daarbij grip op school te verliezen. Zonder uit het oog te verliezen dat grote doelen allemaal kleine stapjes van ze vraagt.
Dus ja, ik heb altijd een beetje plankenkoorts. Omdat ik in de zomer kan uitdenken wat ik graag zou willen bereiken met de klassen die ik les geef en daar mooie dromen over droom. Op de eerste lesdagen besef ik me dan wat ik allemaal waar wil maken. Ik hoop dat ik mijn teksten nog weet.