De Werken-aan-wat-werkt-methode (WAWW)
Soms heb je zo’n klas waarbij het niet lekker loopt. De leerlingen kunnen elkaars bloed wel drinken, de reacties op elkaar zijn vervuld van nijd. De sfeer is gespannen, de weerstand is groot. Niet alleen vervalt zo’n klas zelf in frustratie en chagrijn, ook zelf ervaar je steeds minder plezier om voor zo’n klas te staan. De energie wordt weggezogen en al je goede bedoelingen druipen van een ijskoude muur af. Wat te doen met zo’n groep?
Er keihard tegenin gaan helpt soms om je eigen les hanteerbaar te houden, maar het lost niets op aan de sfeer in de groep. Wanneer je weg bent zal het respectloze gedrag namelijk doorgaan, wellicht nog feller worden wanneer de druk van jouw autoriteit weg valt.
Een groep is een systeem, en ieder systeem is op zoek naar balans. Een groep zoals hierboven beschreven is uit balans en heeft op zichzelf onvoldoende middelen om de balans te herstellen. De balans wordt nog verder uit evenwicht gebracht doordat de groep zich richt op de negatieve emoties die deze situatie met zich meebrengt; de focus ligt op alles wat niet lukt.
Een aantal keren heb ik zo’n klas begeleid door middel van de Werken-aan-wat-werkt-methode van Inso Kim Berg.
( https://www.solutions-centre.org)
De oplossingsgerichte benadering
Inso Kim Berg is een van de grondleggers van de oplossingsgerichte benadering. Deze benadering gaat er vanuit dat een cliënt zelf de kwaliteiten in zich heeft om dat waar hij tegenaan loopt, te veranderen. Hoewel de oplossingsgerichte benadering niet ontkent dat er sprake kan zijn van ‘problemen` of ‘probleemgedrag`, houdt de benadering zich liever bezig met het op positieve wijze zoeken naar de oplossingen die komen vanuit de cliënt zelf, dan zich te focussen op de precieze problematiek. Deze manier van werken is ontstaan uit de praktijk zelf; de grondleggers merkten dat de cliënt beter, sneller en met meer plezier (geluk) geholpen werd, op het moment dat de persoon gericht werd op de kwaliteiten die hij al bezit, de uitzonderingen van het ‘probleem`, het zich een voorstelling maken van de stappen die hij zelf kan zetten. Door hier bewust de aandacht op te richten, krijgt de cliënt het gevoel zelf invloed te hebben in de eigen situatie en leert de cliënt door kleine stappen te zetten, steeds meer ervaren dat de oplossingen van de problemen die hij ervaart, zelfstandig en intrinsiek behaald kunnen worden. De cliënt blijft op deze manier eigenaar van zijn probleem. Dit in tegenstelling tot het medisch model van hulpverlening, waarbij verondersteld wordt dat het onderzoeken van de oorzaak van het probleem, handreikingen kan geven voor het vinden van de juiste oplossing. De therapie is voornamelijk gericht op het vinden van de oorzaak van het probleem en de probleemsituatie precies in kaart te brengen. Wanneer dit helder is, vormt de deskundige (hulpverlener, psycholoog, gedragswetenschapper) een beeld van de juiste oplossing en legt dit aan de cliënt voor. De twee nadelen van dit model zijn:
- Gedurende een periode richt de cliënt zich steeds op het negatieve, de negatieve gevoelens, de frequentie van het probleem. Aan het eind van deze periode is het voor de cliënt niet duidelijk welke stappen hij zelf kan zetten om zijn ‘probleem` te verhelpen en blijft als het ware afhankelijk van de deskundige en zijn advies.
- Wanneer een deskundige een advies geeft, is het de oplossing van de deskundige, niet van de cliënt die het probleem zelf ervaart. Dit kan weerstanden geven bij de cliënt om het probleem ook daadwerkelijk aan te pakken.
De oplossingsgerichte benadering stelt bij het bespreken van het probleemgedrag of de probleemsituatie eerst vast of het gaat om een probleem of een beperking. Een beperking houdt in dat de persoon in kwestie last heeft van deze beperking (bijvoorbeeld ADHD, ADD, Dyslexie, een lichamelijke handicap) en dat deze persoon niet in staat is om deze beperking ongedaan te maken. De oplossingsgerichte benadering zal zich gaan richten op het leren omgaan met deze beperking.
De WAWW methode
De WAWW-methode is een systematische methode om de sfeer in de klas te verbeteren door middel van een oplossingsgerichte benadering.
Inso Kim Berg en Lee Shilts hebben deze methode ontwikkeld in een achterstandswijk in de Verenigde Staten. Door middel van deze methodiek behaalde de klas niet alleen een positief leerklimaat, maar ook door de versterking van het zelfvertrouwen betere resultaten. Een uitgebreide beschrijving is te vinden in de reader van WAWW.
De uitgangspunten van deze methode zijn:
- Als iets niet kapot is, repareer het dan niet.
- Als iets één keer goed heeft gewerkt, doe het dan vaker
- Als het niet werkt, doe het dan anders
- Verandering is constant en onvermijdelijk (veranderingen komen beetje bij beetje)
- Neem altijd een vergrootglas mee (letten op kleine veranderingen)
- De toekomst kan veranderd en ontwikkeld worden (in tegenstelling tot het verleden)
- Kleine oplossingen kunnen leiden tot grote veranderingen (één stap in de goede richting kan al zorgen voor een ‘sneeuwbaleffect’.)
- Er is niet altijd een direct verband tussen het probleem en de oplossing
- Geen enkel probleem komt altijd voor (uitzonderingen laten groeien)
De methode bestaat uit een aantal stappen:
1. Het maken van een schaalverdeling
2. Het geven van complimenten
3. Het vieren van successen
1. Het maken van een schaalverdeling
Vertel de klas dat jullie bezig gaan om de sfeer in de klas te verbeteren. Dat jullie dat gaan doen op een positieve, prettige manier.
Met de klas maak je een schaalverdeling van gedrag in de klas.
Op 1 beschrijf je de klas from ‘hell’; hoe ziet het gedrag van zo’n klas er uit? Beschrijf het gedrag zo concreet mogelijk. Gebruik daarbij de woorden en zinnen van de leerlingen in de klas.
Op 10 beschrijf je de klas ‘from heaven’; de meest positieve fijne klas om in te zitten. Ook hier beschrijf je het gedrag zo concreet mogelijk.
Daarna beschrijf je het gedrag wat precies in het midden zit; welk gedrag hoort er bij een 5?
Welk gedrag hoort er vervolgens daar weer tussen? Dus op een 3, een 2, een 4. En een 6,7,8,9?
TIP: Wanneer je wil voorkomen dat de leerlingen tevreden zijn met een zesje en dus niet meer verder willen gaan met het project, kun je er voor kiezen om geen gebruik te maken van getallen, maar van letters. Uiteindelijk heb je een complete schaalverdeling gemaakt van gedrag. Daarbij let je er op dat je woorden gebruikt die de klas heeft aangegeven.
Het is een pittige les om dit goed te toen. De vermoeidheid kan wat toeslaan en de leerlingen kunnen een beetje in de weerstand schieten, onzeker over wat er hiermee gedaan gaat worden. Richt je echter steeds op het positieve. Geef complimenten voor bijdragen. Vertel dat dit de groep gaat helpen. Je verwerkt de schaalverdeling op een manier die past bij de klas
Je gaat een fysieke schaalverdeling maken. Op de schaalverdeling staat het gedrag beschreven wat je met de klas hebt geformuleerd. Bij voorkeur is er ‘aanwijzer’ die verplaatst kan worden op het moment dat de klas een stap heeft gezet.
Zo heb ik een schaalverdeling gemaakt doormiddel van een weg met een scooter. Een andere klas had een schaalverdeling met een middeleeuws kasteel en een schild. Een volgende groep had een Tardis van Doctor Who. Een klas met wat oudere jongeren had een prachtige poster. Bij voorkeur maak je dit samen met de klas.
De schaalverdeling komt in de klas te hangen, zichtbaar voor de leerlingen.
Dan komt de sleutelvraag: Waar staat deze klas? Wat vinden de leerlingen zelf? Nu ga je altijd leerlingen hebben die het probleem bagatelliseren en leerlingen die het dramatiseren, dus geef iedere leerling de ruimte en neem het gemiddelde van de hele klas.
Vraag dan door. Hoe komt het dat jullie al op een 3 staan? En niet op een 2 of een 1? En als de klas zichzelf gemiddeld een 1 geeft, vraag dan; Hoe komt het daar jullie daar al staan? En niet op een 0 of een -1? Je focust de groep direct op dat wat al wel goed gaat.
Daarna komt de uitdaging voor de klas; Wat kunnen we deze komende week doen om 1 stap hoger te komen? Richt ook hier op concreet gedrag. Vaak weet de klas prima wat er nodig is om 1 stapje hoger te komen. Vraag iedereens commitment om deze stap te behalen.
En als het ons lukt, hoe gaan we dit vieren?
Laat de klas suggesties geven die haalbaar zijn. Zo kan het bijvoorbeeld zijn; taart en chocomelk, een les film kijken, iets lekkers maken in de keuken, etc etc. Je gaat dit ook werkelijk doen, dus maak het haalbaar voor jezelf en voor de klas. Iets wat ze echt leuk vinden en waar ze wel voor willen werken.
Geef complimenten over hoe de klas deze les gedaan heeft. Wees ook hierbij concreet; wat heb je precies gezien en wat vond je daar goed aan?
2. Het geven van complimenten
Het geven van complimenten is een essentieel onderdeel van deze methode. Je zoekt de leerlingen op (ook wanneer je even geen les aan ze geeft) en verzamelt informatie om complimenten te geven. Je vertelt de leerlingen dit ook; ik ga de komende week regelmatig even binnen komen om complimenten te verzamelen. Ik ga alleen letten op dat wat goed gaat.
Je gaat de leerlingen namelijk compleet laten ervaren waar de sterke kanten zitten van de klas, waar kwaliteiten liggen en welk gedrag wordt gezien en erkend. Mijn ervaring is dat de groep namelijk zelf ook graag uit de negatieve sfeer wil komen, ze willen sturing hierop en willen zelf ervaren dat de eigen inspanningen invloed hebben op de verbetering. Dus al komt het van onder uit je tenen, en moet je echt heel diep nadenken over of er wel een compliment te geven is; je geeft complimenten. Want er zijn altijd positieve uitzonderingen.
We kunnen verschillende soorten complimenten onderscheiden:
- Een non-verbaal compliment (een schouderklop, een knipoog, een duim omhoog)
- Complimenten over het resultaat (“Wat een prachtige tekening.”)
- Complimenten over gedrag (“Wat knap dat je de ruzie op die manier hebt opgelost.”)
- Complimenten over inspanning (“Wat heb jij hard gewerkt vandaag.”)
- Complimenten over het uiterlijk (“Wat zie je er prachtig uit vandaag.”)
- Complimenten over de persoon (“Wat ben jij een doorzetter zeg!”)
- Complimenten om negatief gedrag anders te labelen (in plaats van luiheid, benoem je de positieve resultaten van dit gedrag: “Wat knap dat jij ander de ruimte geeft.”)
De laatste soort complimenten (nr. 7) gaat er van uit dat je als leerkracht in staat bent om te onderzoeken wat bepaald gedrag voor winst heeft op de situatie. Door deze winst te benoemen, geef je de ander inzicht in deze winst, en kan de ander bewust een keuze maken om deze winst ook op een andere manier te behalen
Het gevaar van complimenten geven
Aan het systematisch en bewust geven van complimenten kleeft ook een gevaar. Het kan de klas het gevoel geven niet meer te mogen falen of ergens niet bij te horen.
Een voorbeeld is wanneer de leerkracht een klas alleen op leerresultaten complimenten geeft. De leerlingen die minder resultaten behalen, vanwege bijvoorbeeld leerproblemen, kunnen hierin niet voldoen aan de maatstaven om het compliment te verdienen.
Een ander voorbeeld is de leerkracht die alleen complimenteert op uiterlijk, “Wat zie je er vandaag weer fantastisch uit.” Wanneer de leerkracht dit aan alle leerlingen die binnenkomen zegt, zal het effect van het compliment verdwijnen (‘hij zegt het tegen iedereen’). Wanneer de leerkracht echter de complimenten over het uiterlijk oprecht geeft, zal hij waarschijnlijk niet alle leerlingen complimenteren, waardoor deze groep het idee kan ontwikkelen er niet leuk uit te zien.
Het is van belang om dit bewust tegen te gaan. Dit doe je door iedere leerling individueel te beschouwen en de inspanningen die de leerlingen laten zien te belonen met een passend compliment.
Hoewel het vreemd voor de leerlingen voelt om zo in het zonnetje gezet te worden, en sommigen argwanend zich afvragen wanneer het ‘negatieve’ gaat komen, is mijn ervaring tot nu toe altijd dat het de eerste keer erg vreemd voelt, maar dat de leerlingen er uiteindelijk echt naar uit kijken. Ze gaan rechterop zitten in afwachting van wat ik gezien heb. Ze luisteren naar elkaars complimenten en vullen ze zelfs aan.
LET OP- Wel grenzen aangeven
Dat je deze aanpak nu hanteert, betekent niet dat er geen grenzen zijn. Je blijft de sturing en leiderschap geven die de klas nodig heeft. Alleen besteed je veel meer aandacht aan alles wat goed gaat in de klas. Dus als een leerling een gemene opmerking maakt naar een andere leerling, als de stoelen door de ruimte vliegen, als er niet geluisterd wordt, als leerlingen niet op tijd zijn of niet mee willen doen..Natuurlijk zeg je daar wat van. Maar de meeste aandacht gaat naar de leerlingen die wel meedoen, wel op tijd komen, een mooie opmerking maken, etc.
Volgens Cauffman (2009) heeft het geven van complimenten veel voordelen:
- Je toont dat je aandacht hebt voor wat de ander goed doet
- Je bouwt aan een coöperatieve werkrelatie
- Je verstevigt het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van de ander
- Je helpt de ander met de neus in de richting van mogelijke oplossingen te gaan staan (in plaats van zich te richten op problemen)
- Je creëert een sfeer van vertrouwen en samenwerking
- Je biedt de ander de kracht om meer te doen wat werkt
De deskundige
De officiële WAWW-methode werkt met een zogenaamde deskundige in de klas. Iemand van buiten zit achterin de klas en komt kijken wat de klas allemaal goed doet. Aan het eind van de observatie vertelt deze deskundige aan de klas wat hij/zij allemaal gezien heeft. Hoewel het een ontzettend mooie manier is, aangezien de ‘deskundige’ aan iedereen vertelt welk prachtig gedrag hij/zij gezien heeft en dit nogal krachtig overkomt, is het in de onderwijspraktijk niet altijd mogelijk om dit systematisch te regelen. Dus als dit niet mogelijk is, doe je het zelf. Je gaat zelf even 5 minuten kijken, zoekt de leerlingen op in de pauze, houdt zelf een noteboekje bij waarin je alles opschrijft, en wanneer je de klas weer hebt, strooi je met je complimenten als confetti.
“ Jan, ik zag dat je bij scheikunde echt geen zin had. Je vond het moeilijk om te beginnen, maar na een diepe zucht heb je toch je spullen gepakt en ben je aan de opdracht begonnen. Wat super!”
“Achmed. Ik weet dat het voor jou moeilijk is om op tijd te komen omdat je je broertje eerst naar school moet brengen. Maar ik zie dat je het echt probeert en dat waardeer ik enorm.”
“Janneke, ik hoorde dat jij als eerste je werkstuk hebt ingeleverd en een goede mail daarbij aan de docent hebt gestuurd. Perfect.”
“Ik hoor van mijn collega’s dat het echt goed gaat in de lessen. De meeste van jullie hebben de juiste boeken mee in de les en de les kan op tijd beginnen. Wat goed van jullie.”
Etc.
3. Het vieren van succesen
Wanneer de week voorbij is pak je wederom de schaalverdeling er bij. Je gaat samen bespreken of het gelukt is om 1 stap verder te komen. Eigenlijk is deze stap altijd gelukt, omdat je hier ook op heb aangestuurd. Je zorgt er voor dat het lukt. Door alle positieve momenten en door de focus op dat wat heeft gewerkt te leggen, is de klas vaak een stap verder gekomen. Dus ga je doen wat je hebt afgesproken; je gaat het vieren. Je beloont de klas op de manier die ze zelf hebben aangegeven. En dat doe je bij voorkeur meteen of zo snel mogelijk. Je zorgt dat je de taart hebt, beschikking hebt over een digibord of dat gezelschapsspel mee hebt wat ze graag spelen.
Aan het eind van de les bespreek je de volgende stap: Wat gaan we als klas doen om nog 1 stapje verder te komen? Welk gedrag is hier voor nodig? En hoe gaan we het vieren wanneer dat gelukt is.
Wat als het dan niet gelukt is, of als de klas een stap achteruit is gegaan?
Je blijft te allen tijde gefocust op dat wat wel gelukt is. Je benoemt de eerdere stappen, de complimenten die zijn uitgedeeld, het vertrouwen wat je hebt in de groep.
Nogmaals maak je de vervolgstappen concreet: wat gaan we doen om 1 stap hoger te komen? Wat kunnen we doen om elkaar te helpen hierin?
Als een onderdeel bijvoorbeeld is om de juiste boeken mee te nemen naar de les, en 2 leerlingen lukt dat systematisch niet. Wat kunnen we bedenken om jullie te helpen om dit wel voor elkaar te krijgen? Soms is even een appje van een klasgenoot voldoende. Leerlingen komen vaak zelf met haalbare oplossingen.
Je spreekt het opnieuw af en doet een nieuwe poging. Je blijft je daarbij steeds richten op alles wat wel goed gaat.
De effecten van WAWW
- Gedrag en verwachtingen worden heel concreet en inzichtelijk gemaakt
- De klas is eigenaar van het verbeteren van de sfeer; ze weten precies wat ze moeten doen en ervaren de eigen invloed op de sfeer in de klas
- Het versterkt het zelfvertrouwen van de individuele leerlingen en van de groep als geheel.
- Het gericht zijn op het positieve geeft een heel andere ‘vibe’ aan de klas en voor jouzelf als docent.
- Het is een stapsgewijze opbouw naar het uiteindelijke doel.
- Door de haalbare stappen en het concreet benoembare gedrag hebben de leerlingen houvast.
Hoe Hoe lang ga je hiermee door?
In ieder geval ga je door totdat het positieve gedrag een beetje is ingeslepen en gewoon geworden. Al na een paar weken merk je verschil in de klas. Wanneer het gedrag ‘gewoon is geworden, kun je een grote afsluitende viering hebben met de klas, want het is ze helemaal gelukt.
Het geven van complimenten blijft een mooi punt om steeds mee verder te werken. We zijn het in Nederland niet zo gewend want we willen niet dat we naast onze schoenen gaan lopen, maar een ieder van ons kent het warme gevoel wanneer je een welgemeend compliment krijgt en waarom zou je dit niet willen delen aan jongeren/kinderen die iets nieuws leren?
Een andere optie is om de gedragsverwachtingen in de schaalverdeling een stapje te verschuiven. Om het bijvoorbeeld na de sfeer te richten op leervaardigheden of voorbereiding op examens. Iets waar de leerlingen zelf ook voordeel bij hebben en het nut van inzien.
De vaardigheden van de docent
Deze methode zal niet bij iedereen passen. Wat moet je bereid zijn te doen?
- Werken vanuit de basisprincipes van de WAWW-methode
- Willen samenwerken met de leerling(en)
- Spreken in dezelfde taal als de leerling(en)
- Een relatie willen aangaan met de leerling(en)
- Vragen stellen i.p.v. bevelen geven; bereid zijn de leerling(en) keuzeruimte te laten
- Nieuwsgierig zijn naar de leerling(en)
- Haalbare, reële en meetbare doelen stellen die positief zijn gesteld
- Gewenst gedrag, verwachtingen benoemen en zichtbaar maken
- In iedere kleine stap successen kunnen zien
- Complimenten maken voor iedere stap in de juiste richting
- Een leerling erkennen in behaalde resultaten
- Zoeken naar uitzonderingen op problemen
- Een situatie bekijken vanuit de ogen van de leerling(en)
- Optimistisch zijn
- Geloven in de kwaliteiten van de leerling(en)
- Doorzetten! Volhouden. Wanneer het een dag niet lukt, de volgende dag de draad weer oppakken en consequent de basisprincipes proberen toe te passen
- Bereid zijn een aantal oplossingsgerichte gespreksvaardigheden eigen te maken (de wondervraag, zoeken naar uitzonderingen, schaalvragen)
- Bereid zijn open en zonder oordelen naar de leerling(en) te luisteren/kijken of met de leerling(en) te spreken
- Zelf reflecteren op je eigen gedrag als docent
- De leerling (en)willen leren op zichzelf te reflecteren zodat hij inzicht krijgt/ krijgen in wat werkt
- Hoe? in plaats van Waarom? Vragen
Mijn eigen ervaringen
Hoewel het in het begin echt even een investering is, is het prachtig om te zien welke effecten het heeft wanneer je de klas zich laat richten op alles wat wel lukt. Het is een vrolijke, positieve manier om met de groep aan het werk te gaan en het is wonderbaarlijk hoe kleine veranderingen kunnen leiden tot enorme verschuivingen. Leerlingen die eerder alleen maar in de weerstand schoten, laten in een keer zien in staat te zijn te reflecteren. De mooiste complimenten worden uitgedeeld aan elkaar. Leerlingen ondersteunen elkaar in het behalen van de doelen. De schouders worden recht getrokken en met opgeheven hoofden verlaten ze het lokaal na het verkrijgen van de complimenten.
Heb je vragen of opmerkingen? Laat het me gerust weten.