Al 9 maanden leven we samen in deze pandemie. En we hebben samen een heel proces doorstaan.
In de eerste maanden de angst en de verbijstering. Wc-papier was opeens een gewild item en we bedachten prachtige initiatieven om elkaar te ondersteunen.
Daarna de fase van vragen stellen; waar komt het vandaan? Worden de juiste stappen wel gezet? Waarom wordt voor het één wel gekozen en niet voor het andere?
De opluchting van het verkrijgen van meer vrijheid werd teniet gedaan door oplopende cijfers. En nu de fase van vermoeidheid wat tot uiting komt in overdrukke winkelstraten. Want de regels gelden voor anderen. ‘Ja, het is eigenlijk te druk’ verzucht het gezin, terwijl ze zich vastklampen aan niet-essentiële boodschappentasjes.
De pandemie en alle gevolgen voor iedereen, een narcistische president die zijn verlies niet wil erkennen, een partij die met felle ruzie uit elkaar spat wat smullend wordt verorbert als een goede soap, de boosheid van de een over het vuurwerkverbod en de opluchting van de ander over hetzelfde besluit, incidenten die groot worden belicht in de media alsof het een dagelijks gebeuren is. Ondertussen stormt het in de wereld en we zoeken soms wanhopig naar houvast.
We kunnen dat op verschillende manieren doen.
Bijvoorbeeld door glasharde ontkenning van de situatie. Door op de social media die onderzoeken te plaatsen die ons eigen gelijk hierin ondersteunen met een nadenkende emoticon er naast.
Of door met felle bewoordingen krampachtig te verkondigen hoe de dingen eigenlijk zouden moeten zijn. Of door verantwoordelijken aan te wijzen die de balans moeten terug brengen in onze eigen emoties en die we argwanend in de gaten houden of ze de juiste stappen wel zetten.
We zijn niet gewend om met zo’n lange periode van onzekerheid te dealen. Dus we zoeken naar houvast.
Ook ik zoek naar houvast. Ik vind het in mijn dagelijkse ritme. In het zorgen voor mijn lijf, mijn ziel en mijn geest; de juiste variatie van rust, pret en uitdaging. In mijn verbondenheid met de mensen om wie ik geef en de manier waarop ik ook voor hen een houvast kan zijn. In het maken van dingen die me blij maken. In de gouden momententjes van een dag. In de kleine stappen die gezet worden naar een oplossing die me hoop geven. In die momenten van plezier en verwondering.
En natuurlijk vliegt alles me soms ook aan, ben ik het zat en wil ik dat alles anders is. Vind ik vanalles over alles. Kan ik me opwinden en frustreren. Maar dan zoek ik weer naar mijn eigen houvast. Aan dat wat belangrijk en goed is voor mij. En dan voel ik me weer rustig worden van binnen.
Ook mijn leerlingen zoeken naar houvast, het zijn moeilijke tijden voor jongeren. Als mentor wil ik hun anker zijn. Door er steeds te zijn, door de dagen voorspelbaar te maken. Door ze op te vangen wanneer ze gevallen zijn. Door kleine stappen vooruit te vieren. Door eerlijk antwoord te geven op alle vragen. Door te zorgen voor plezier en gein. Door gerust te stellen bij paniek en angst. Door ze steeds opnieuw in hun kracht te zetten.
Ik ben als een zeepaardje wat zich vasthoudt aan dat wat dierbaar is, terwijl ik me laat meedeinen door de woeste golven. Wachtend op rustiger water.