Als kind kon ik vol spanning uitkijken naar het moment dat het jaar werd afgerond op school. Het moment waarop je hoorde wie de meester of juf in het nieuwe jaar zou worden, de schoolreisjes, de spelletjes. Het ontmantelen van het klaslokaal. Het bij elkaar zoeken van alle spullen (gummen, potloden, schriften, werkboekjes, knutselwerk, balletjes van vulpenvullingen) die je in de loop van het jaar verzameld had. Het je afvragen wat de juf zou gaan doen in de vakantie en hopen dat je haar ergens zou gaan tegenkomen. En dan het moment waarop het zo ver was, het door de school lopen en een eindeloze vlakte voor je zien die je helemaal zelf mocht gaan invullen. Waarbij je niet hoefde te rekenen, te schrijven, je spreekbeurt geven. Waarbij je naar buiten mocht wanneer jij daar zin in had.
Als docent kijk je ook reikhalzend uit naar de grote vakantie. Naar het moment waarop je even niet meer hoeft na te denken over de komende lessen, die ene leerling die je hoofdbrekens geeft, het volgende project wat vormgegeven moet worden, of de toetsen die nog moeten worden klaargelegd. De laatste weken stonden altijd in het teken van afronding aan de ene kant, en ontspanning door leuke activiteiten aan de andere kant. Dit jaar is alleen focus gelegd op de afronding, en hoewel we kleine momenten met leuke activiteiten hadden, was het toch jammer dat we schoolbreed nog niets konden organiseren. We misten het. Het gaf een beetje een onbestemd gevoel. We misten het gillen in de achtbaan, het watergevecht op het schoolplein, de klasoverstijgende activiteitenmiddagen. Opeens was het zo ver, en kon je zelfs de vertrekkende leerlingen geen hand geven.
Gelukkig bleven sommige zaken hetzelfde als altijd. Want op het moment dat de laatste leerling vertrokken is, de laatste mail geschreven, het laatste document opgeborgen, precies op het moment dat de docent zijn docentenrol kan afleggen, dan gebeurt er iets wonderlijks. Een ondeugende twinkeling verschijnt in de ogen en de docenten worden leerlingen. Uitgelaten laten we de rol van professionele inspirator op de grond vallen en worden we rebels. We spreken door de sprekers heen, we drinken iets te veel, maken flauwe grappen en spieken en frauderen als een malle bij de quiz die wordt georganiseerd. We eten alleen wat we lekker vinden van de barbecue en laten de salades links liggen. Er wordt met dingen gegooid, er verdwijnen spullen in het kampvuur. We luisteren niet meer naar aanwijzingen, we luisteren alleen nog naar die innerlijke drang naar vrijheid. We voelen ons uitgelaten en gelukkig. We hebben weer een jaar volbracht.
En helemaal aan het eind van de avond, op weg naar huis, wanneer je alleen bent en je met je volle schooltassen naar de voordeur zeult, dan wordt het ook stil in jezelf. Het is vakantie.