nr 9 Geraakt

Als docent ben je continu bezig om verbinding te maken. Je legt professioneel je hart en ziel bloot aan je leerlingen, in de hoop dat zij ook hun muren afbreken en je toelaten zodat je ze kunt helpen.  Helpen om te helen, helpen om een ander perspectief te zien of te experimenteren met nieuw gedrag. Helpen om om hulp te vragen zonder schaamte. Helpen om stappen vooruit te zetten.  

Dit doe je voor iedere leerling, want allemaal hebben ze het recht op groei.

Je verbindt je met alle leerlingen, leeft met ze mee. Denkt na over vervolgstappen confronteert, stuurt, laat los. Het is een mooie dans die je samen maakt. 

Soms krijg je echter leerlingen onder je hoede die je extra raken, op een dieper niveau.

Onderstaande schreef ik in 2009, toen ik een clubje jongeren onder mijn hoede kreeg waar zelfs de leerplicht slapeloze nachten van kreeg.

Hij zit al weken lang op de gang. Bang om naar binnen te komen. Al een jaar heeft hij niet in een klas gezeten. Hij kijkt me argwanend aan, iedere keer als ik langs loop of hem vriendelijk aan spreek. Hij is 16 jaar en uit de kluiten gewassen. Hij kan me vermorzelen als een vervelende vlieg. En toch blijf ik angst in zijn ogen zien, alsof ik hem ga dwingen om binnen te komen. 

Na een aantal dagen gebeurt het. Hij komt binnen in de klas. Voorzichtig gaat hij aan een tafel zitten, net buiten mijn zicht, ver weg van de anderen. Hij pakt een krant en leest. Ik maak oogcontact en knik hem even toe. Hij buigt zich naar me toe en fluistert ‘juf’. Hij vraagt wat een woord betekent en ik leg hem dit uit. Hij kijkt me aan alsof hij wil checken dat ik de waarheid spreekt, snuift luidruchtig en duikt weer weg achter de krant. 

De volgende dag krijg ik een ‘boks’ als hij weg gaat. Dit gaat zo een poosje door en heel geleidelijk kan ik hem verleiden om mee te doen met de groepsdiscussies, het kaartjes maken voor de kerst, het maken van een opdracht. We spelen tafeltennis en hij maakt me keer op keer in. Zijn ogen beginnen te glimmen.

Wanneer hij weer een keer ‘boks’ vraagt, heeft hij een naald tussen zijn vingers verstopt. Hij kijkt geschrokken als ik me prik. Ik leg hem uit dat je mensen die je aardig vindt, geen pijn doet. 

Hij is opgesloten tussen twee uitersten, zijn gescheiden ouders. Zijn moeder een stevige vrouw, gaat voor het juiste. Zijn vader een crimineel, de baas van een imperium. Zijn moeder spreekt, onderhandelt, troost, begeleid. Zijn vader forceert, is afstandelijk en rijk, reageert neerbuigend. Vader laat hem alle hoeken van de kamer zien. 

Ik zie hem worstelen, iedere dag weer. Waar gaat hij voor kiezen? Kiest hij voor het harde, het machtige, snelle, respect afdwingend en makkelijk tot geld komen? Of kiest hij voor het zachte, het strijden voor ontwikkeling, het respect verdienen? Iedere dag maak ik met hem situaties mee die deze vraag centraal stelt. 

Uiteindelijk kiest hij voor vader. 

Nog steeds staat hij af en toe bij het schoolplein en roept zacht mijn naam. Wanneer ik bij hem kom, lijkt hij niet te weten wat te zeggen. Hij vraagt een boks en struint weer weg.

guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Scroll naar boven