Vanaf wanneer mag je jezelf een schrijver noemen?
Is het wanneer je schrijft, gewoon, in een notebook en je het voor jezelf houdt? Is het wanneer je wel eens een verhaal aan anderen hebt laten lezen? Is het wanneer je hebt gepubliceerd? Ik wist het nooit zo goed, hield alles een beetje voor mezelf en liet alleen wat lezen wanneer een ander er naar vroeg.
Ik heb wel altijd plezier gehad in het schrijven en tekenen. Ik heb kasten vol met notebooks waarin ik complete verhalen, ervaringen, gedachten, hersenspinsels en nieuwe ideeën heb verwerkt. Vanaf mijn twaalfde moest ik schrijven. Dat wat in mij kolkte moest er uit. Ik heb schattige dagboeken met klein en groot puberleed, agenda’s volgeplakt met foto’s en favoriete bandjes (en stoute berichten van klasgenoten), schetsboeken vol met pogingen om een beeld te vatten.
Maar ik hield het altijd voor mezelf. Het heeft namelijk iets ontzettend kwetsbaars om dat wat binnenin jou beweegt, te delen met de wereld. Want wat nou als…?
Na mijn burn-out heb ik het ‘wat nou als…’ de oorlog verklaard. Ik zou me niet meer laten tegenhouden door ongegronde angsten. Ik zou doen wat ik graag wilde, ook al was het doodeng. Ik zou moedig de afgrond in springen. Ik zou een boek schrijven. Want ik had wat te vertellen, ik wilde wat delen, er moest iets de wereld in geslingerd worden.
Dus ik begon eerst op papier en nam me voor een boek echt te schrijven, met pen en op papier. Er in te schetsen. Net zoals mijn notebooks een soort document te maken. Hoewel het idee super is, kwam ik er snel van terug, want iedere pagina moet hélemaal goed zijn, want anders moet het weer opnieuw. En aan het eind van de pagina een vlek, dus het moest weer opnieuw. Bij het nalezen toch nog een taalfout gemaakt, dus het moest weer opnieuw. En na een maand kwam ik tot het besef dat ik dit idee moest loslaten.
Dus op de computer opende ik een worddocument dat me leeg aanstaarde. Het lukte me niet om maar gewoon wat op te schrijven. Vormgeving is belangrijk voor me, kwam ik tot de ontdekking. Dus ik begon met het maken van illustraties, het zoeken naar het juiste lettertype. Ik moest de juiste ‘feel’ creëren om daarbinnen mijn boek te kunnen plaatsen. En dat lukte. Ik begon met schrijven. Een hoofdstuk per keer.
Als eerste maakte ik een mindmap met wat ik dacht dat bij het hoofdstuk zou passen. En dan ging ik wandelen. Ik liet het idee door mijn gedachten rondspoken. Mijmerde er over. De ideeën en zinnen kwamen vanzelf en soms spoedde ik me naar huis, want het moest opgeschreven worden. Tussen de boodschappen en het koken door, soms in de les wanneer een zin zich aandiende, schreef ik het in mijn notebook. ’s Avonds laat voor het slapen. Op zondagmorgen wanneer Remco en Noa nog lagen te slapen. Als de visite net weg was. Op de vreemdste momenten was ik aan het schrijven.
Hoewel ik in het begin een strakke planning probeerde te hanteren, liet ik al snel ook deze planning in de prullenbak verdwijnen. Creativiteit laat zich namelijk niet sturen. Het moet vloeien, de ruimte krijgen. Soms was het hollen of stilstaan. Soms voelde het als een rodeo zonder publiek. Want schrijven is een eenzaam proces. Je bent alleen met het idee. Jij bent degene die het zo moet verwoorden en verbeelden dat het ook gedeeld kan worden.
Tussen hoop en vrees schreef ik het boek. Hoop dat het zou lukken, vrees dat het niet zou aanslaan. Maar steeds met een ondertoon van onverschrokkenheid, want het boek moest er komen. Een jaar lang. En opeens was het af.
De eerste versies van het manuscript laten lezen aan een aantal mensen was ongelooflijk spannend. Een beetje vergelijkbaar met het wachten op je examenuitslag.
Dan, een volgend spannend moment, nadat je de laatste wijzigingen hebt aangebracht: het opsturen naar uitgevers.
Dan eindeloze stilte voor de duur van 4 weken.
En dan, tussen de oudergesprekken door, wordt ik gebeld door een nummer dat ik niet herken. Het is een uitgever die erg enthousiast wordt van mijn boek. Ze willen met me verder.
En opeens wordt je aangesproken als auteur, volg je een webinar met medeauteurs, krijg je een eigen auteurspagina en staat in het contract dat je een auteur bent. En mag ik mij van mijzelf, naast docent, creatieveling, maker van mooie dingen, opeens ook een schrijver noemen. Wat een feest!