Het is koud, echt heel koud. In het lokaal staan de ramen open vanwege de Coronaregels. De kachels staan aan en er is een extra kachel in het lokaal geplaatst, maar de tocht kruipt langs onze benen en tussen de kraag, net zo lang totdat je je botten koud voelt worden. Leerlingen zitten met jassen aan in de klas. Ze mogen kruiken, dekens, mutsen en handschoenen meenemen. Alles om een beetje warm te blijven. Aan het eind van de dag, wanneer ik thuis kom, sta ik een half uur onder een loeihete douche om mijn botten weer op te warmen.
We klagen niet in de klas, maar gaan met de situatie om als een gegeven. Het is lastig, maar het is niet anders. We zoeken naar oplossingen. Coping.
Het is donker als ik ‘s morgens wakker word. In het donker kleed ik me aan, ga naar beneden en probeer de hond te overtuigen om vast een wandeling te maken. Ze heeft een Caribisch karakter en ziet het nut niet zo in van vroege wandelingen. Ik ontbijt, maak de ruiten van de camper schoon en stap in de ijskoude bus naar m’n werk. Onderweg komt er een vreemde lucht de cabine in. Bij de benzinepomp schrik ik me rot wanneer er onder de motorkap grote rookwolken verschijnen. In de vrieskou wacht ik op de vriendelijke man van de wegenwacht, die mijn kapotte koelvloeistofslang repareert en achter me aan rijdt naar m’n werk om te controleren of hij het goed gemaakt heeft. In de middag wanneer ik weer naar huis rij, is het al weer donker. Ik vind het spannend, maar ik klaag niet. We zoeken naar oplossingen voor de bus. Coping.
We zijn moe. Moe van het nadenken, moe van de korte dagen, moe van de discussies en het gedoe. Sowieso is de periode tussen de herfst- en de kerstvakantie altijd een pittige. De kortere dagen, de blaadjes die vallen, de kou, de storm in de klassen wanneer de pikorde wordt bepaald. De energie die afneemt terwijl het tempo van werken onverminderd door gaat. En nu nog meer met het vreemde jaar dat we achter de rug hebben en de continue onzekerheid. Het niet kunnen doen wat je normaal zou doen om op te laden. Het gevoel steeds minder te mogen. Het is niet zo zeer dat we naar massale bijeenkomsten willen, maar eerder het gevoel dat de keuze ons ontnomen is. Het vermoeid ons. Maar we klagen niet. We accepteren de situatie en denken mee over mogelijke oplossingen. Coping.
We zijn teleurgesteld dat we de komende kerstdagen nog steeds niet bij elkaar mogen komen. Dat je de kerst niet kan vieren met alle mensen die je lief zijn, tegelijkertijd. We willen graag winkelen, maar schrikken terug van de drukte en oplopende cijfers. Dus we kopen de spullen online, zonder ze te voelen of te ruiken, te wegen en te wikken. Je baseert de keuzes op een digitaal gefotoshopt plaatje en hoopt dat de werkelijkheid de foto evenaart. En dat het cadeau bij de ontvanger in de smaak gaat vallen. We besteden de dagen binnen, in de eigen kleine cirkel, en bedenken wat we kunnen doen om het gemis zo klein mogelijk te maken. We missen niet het materiële, niet de dingen die we aan kunnen raken. We missen het contact, de nabijheid, het kunnen ‘voelen’ hoe iemand erbij zit. De gezamenlijke energie wanneer je samen bent. We klagen niet, we zoeken naar oplossingen. Coping.
En ondanks de kou, de korte dagen, de beperkingen en de vermoeidheid, gebeuren er prachtige grote en kleine dingen. Er komen vaccins wat perspectief biedt. In de klas vieren we een hilarisch Sinterklaas spel waarbij zelfs de meest stille leerlingen gierend van het lachen onder tafel schuiven. Collega’s hebben oog voor elkaar en doen lieve acties. We hebben praatjes met voorbijgangers die we anders misschien niet eens gezien hadden. De klassen komen wat tot rust, ze hebben elkaar leren kennen en vinden een balans. Leerlingen helpen elkaar bij moeilijke opdrachten. De radiostations bereiden zich voor op de komende maand, waardoor we op willekeurige momenten het zoveelste kerst liedje horen omdat het in iemands brein is blijven hangen. We vinden elkaar op verschillende manieren. Coping.