Altijd wanneer ik even mijmertijd voor mezelf neem, kijk ik naar de lucht. Als je de tijd neemt, zie je de prachtigste dingen. Wolken die veranderen van vorm, lichtstralen in allerlei kleuren, vleermuizen, een vlieger, bijzondere weerkaatsing van de lichten van de stad.
In deze tijd zie ik ook de ganzen in v-formatie voorbij komen. Soms wel tot 50 vogels tegelijk, luid gakkend gaan ze allemaal dezelfde kant op.
Eén vogel vliegt voorop en vangt de meeste wind. De vogels achter hem hebben profijt van de vleugelslag van de voorste vogel; het gewervel geeft hen een opwaartse lift waardoor ze zelf minder weerstand ervaren.
Het gegak wat je hoort, zijn de aanmoedigingen van de achterste vogels. Wanneer de voorste vogel te moe is geworden, laat hij zich afzakken naar achteren en neemt een andere vogel het over.
Wanneer een vogel te vermoeid raakt of ziek is, gaan er twee ganzen mee naar de grond om voor de zwakkere vogel te zorgen totdat deze weer op krachten is gekomen. Dan sluiten ze zich aan bij een andere groep en gaan ze weer verder.
Ze laten zich leiden door de stand van de zon en de sterren, het veranderende landschap op de grond en door het eigen magnetische kompas. Instinctief volgen ze hun eigen gevoel van richting.
Als ik zo naar de laatste week kijk besef ik me hoeveel we kunnen leren van de ganzen. In plaats van roepen vanaf ze zijlijn hoe de voorste gans het anders/beter/efficiënter/zorgvuldiger/grootser moet doen, kunnen we aanmoedigen en het even overnemen wanneer de voorste gans vermoeid raakt. We kunnen zorgen voor elkaar ook al betekent het even dat we niet even snel zijn als de rest van de groep, en luisteren naar ons eigen magnetische kompas. We kunnen handelen in het belang van de groep door ook oog te hebben voor het individu.
Ik ben dol op vogels. Het gevoel van vrijheid wanneer ze vliegen werkt aanstekelijk.