nr 29 Als je goed kijkt

Jaren geleden, toen mijn dochter nog een peuter was, liep ik met haar in het bos. Ik was een beetje in gedachten verzonken aan het dwalen toen zij me riep:’Mama! Kom eens kijken! Als je goed kijkt zie je overal wat moois.’ Dit komt regelmatig terug in mijn gedachten. Het was zo’n mooi moment van wakker worden.  

De laatste tijd gaat het ook wat moeizamer. Het is niet zo dat ik down ben, eerder een beetje ‘meh’. De dingen lopen niet zoals ik graag zou zien, het is alsof we in een grote pauze zitten. Alles staat te wachten terwijl de mensen schreeuwen naar elkaar wie het meeste gelijk heeft. Er gebeuren gemene dingen. Ik heb er geen invloed op.

Wanneer ik me zo voel, ga ik wandelen. Het is al een poos geleden dat ik in de stad ben geweest en een rondje rondom de singel van Utrecht is een fijne wandeling. Ik zet een dromerig muziekje op en ga dwalen. De cadans van mijn stappen brengt me in een prettige gemoedstoestand. En terwijl de fanatieke sporters om me heen zwoegen en ik een groepje verslaafden hoor uitleggen dat het binnenkort prinsendag is, geniet ik van de bomen in de lente. Het nieuwe groen geeft een waas alsof je niet scherp ziet. Sommige bomen staan vol in de bloesem terwijl andere nog verontwaardigd kaal zijn. 

Mijn blik wordt getrokken naar bijzonderheden in de bomen. 

Hoog bovenin een tak hangt een kinderrugzakje. Verderop hangt een paraplu in de boom, volgeschreven met namen en lieve teksten. De bocht om en bovenin de boom hangt een multomap met de papieren half vergaan eruit gedrapeerd. Aan het eind van het rondje een vlag van een bekend biermerk. Behalve mijn verwondering hoe deze voorwerpen daar zijn beland, ook het magische denken dat het bij me teweegbrengt. Wat als het boodschappen zouden zijn? Dat het belangrijk is om je rugzakje goed te vullen, dat het belangrijk is om een groep vrienden te koesteren om bij te kunnen schuilen, dat ik moet blijven schrijven en niet moet vergeten om soms los te laten en te feesten. 

Terwijl ik dwaal moet ik steeds vaker glimlachen. De tegenliggers reageren met voorzichtige glimlachen terug. Ik eindig mijn rondje langs het lelijkste stuk van Utrecht, tussen het grijze beton waarin de hebzucht reflecteert in de grote winkelketens. Aan de overkant van de straat tegen het gebouw aan een keten van lichtjes met de woorden ‘burn this city’. Op mijn koptelefoon het nummer ‘city is burning’ van Kiteman. 

De laatste gast die ik tegenkom voor ik m’n fiets zie, vraagt of ik lekker aan het wandelen ben. Hoewel het een retorische vraag lijkt, zeg ik dat ik een heerlijke wandeling heb gemaakt.

Als je goed kijkt zie je overal wat moois. 

guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Scroll naar boven