Het zijn de kleine dingen die er toe doen.
Een specht volgt me in het park. Hij gaat bovenop een lantaarnpaal zitten en geeft een drumsolo voor mij en mijn hond. De zon schijnt door de takken van de bomen. We zijn alleen in het park want het is nog vroeg.
Bij de mentorles mogen de leerlingen kiezen; een opdracht met reflectie of een samenwerkingsopdracht. Hoewel ze tegenzin hebben, zijn ze binnen de kortste keren, met mondkapjes en al, enthousiast een toren aan het bouwen van papier en plakband. We evalueren de ervaringen. Bijvoorbeeld dat het tijd kost om te oriënteren, dat het belangrijk is om gebruik te maken van elkaars talenten, dat je altijd meer kan bereiken dan je denkt. Aan het eind van de les zegt een leerling dat het een heel fijne les was.
Een goed idee wordt overgenomen door een collega.
Ik krijg een lief bericht van een ouder.
Mijn dochter mag sinds deze week weer alle lessen fysiek volgen omdat haar school allerlei locaties heeft geregeld in de stad. Zij krijgt les in de kerk. Ik krijg een appje dat ze wat later thuis komt omdat ze nog wat gaat voorbereiden. Hoe lang geleden is dat…
Ik bestel een pindakaashuisje voor de vogels zodat mijn broer in de tuin vogels kan lokken. In de doos zitten er 2. Per ongeluk bestelde ik er twee. Een kunnen we nu zelf in de tuin hangen. Het geeft me een fijn gevoel dat we hetzelfde huisje hebben hangen.
Ik eet de beste pizza ooit met een collega. We praten over van alles en het is heel gezellig.
Ik geef mijn lief een boek cadeau van zijn favoriete schrijver. Hij wist niet dat er een nieuw boek was uitgekomen.
Ik maak een afspraak bij het tuincentrum terwijl de hagel door het dak heen lijkt te roffelen. Ik versier de tuin met kleuren paars en blauw tussen de buien door. Als ik nu in het zonnetje uit de wind zit, zijn de dode plantjes weg en vervangen door prachtexemplaren. Het was fijn om weer even te winkelen.
Een leerling was geschorst en reageert bozig bij het herstelgesprek. Toch weet hij het tij te keren en heeft hij een uitstekende dag. Zijn onrust neemt hij serieus en hij vraagt tijdig om een moment voor zichzelf. Aan het eind van de dag, wanneer hij strafcorvee moet doen, vragen we ons af waarom er zo weinig veren te vinden zijn in het bos, terwijl er zoveel vogels om ons heen vliegen.
Op de tafel in de teamkamer liggen er twee schalen. 1 met snoepgoed en 1 met mandarijnen. Een collega is jarig geweest. Ik doe me aan beiden tegoed.
Ik neem fossielen mee die we gevonden hebben op het strand. Haaientanden, botjes, wervels, kiezen. De leerlingen staan om me heen en luisteren naar het verhaal over toen ik op de radio kwam en de directeur van het natuurhistorisch museum me uitnodigde om te achterhalen wat we gevonden hadden.
Om me heen piept en kraakt het. Donkere gevoelens worden zichtbaar in het nieuws waar verraad en verwarring heerst op grote podia. De mensen om me heen lijken af en toe de moed wat te verliezen. Somberheid en niet lekker in je vel zitten geven een verward gevoel. En toch herpakt iedereen zich steeds opnieuw, zoeken we naar creatieve manieren om er bovenop te komen, terwijl we verlangen naar de vrijheid om te doen wat we willen zonder de angst, zonder de beperkingen, zonder wattenstaafjes in onze neusholtes. Door me te richten op alle kleine dingen die er toe doen, verliezen de grote dingen hun verwoestende kracht.