Hoewel de wereld nog nooit zo veilig is geweest, lijkt het wel of we steeds angstigere mensen worden. We zijn zo bezig met risicovermijding, dat we speeltuinen slopen, curlingouders worden waarbij we alle mogelijke obstakels van te voren al teniet doen, de leerkrachten lastig vallen met mails over ons kind dat zich op een bepaald moment in een bepaalde pauze ongelukkig heeft gevoeld en of de leerkracht er voor wil zorgen dat dat nooit meer gebeurd. Ouders starten een petitie omdat hun kind over een regenboogtrap moet lopen. Zodra er een incident is worden de regels aangepast zodat het incident niet meer kan plaatsvinden. De wereld is maakbaar en we zijn steeds opnieuw bezig om het pad te effenen.
Tegelijkertijd worden we overspoeld met nieuws over nieuwe risico’s, grote en kleine wereldgebeurtenissen die ons moeizaam opgebouwde evenwicht dreigen te verstoren. Waar we wat van vinden (vaak zonder ons te verdiepen en zonder ons te realiseren dat de twee minuten die het achtuur journaal voor dit item heeft, onvoldoende is om een genuanceerd beeld te schetsen). We roepen op social media onze angsten naar elkaar en zijn boos als de ander niet hetzelfde gevaar ziet. Als de ander er anders over denkt. Als de ander een andere realiteit heeft.
Binnen deze draaikolk lijkt het op een groot vermijden van voelen. We willen ons niet onzeker, angstig, boos, verdrietig, overspoeld, geraakt, ontevreden of beledigd voelen. We willen weten waar we aan toe zijn en kijken naar een ander om dat voor elkaar te krijgen. We verwijten de ander niet te handelen in ons belang. Want de wereld is maakbaar, dus de ander laat steken vallen.
Het punt is echter dat deze gevoelens van angst en alle daaruit voortvloeiende nuances zich gedragen als een skippybal die je onder water probeert te drukken. Zodra je loslaat zorgt de druk er voor dat de bal groots uit het water springt.
Deze week had ik een prachtig klassengesprek tijdens een mentorles. Ik had een aantal afbeeldingen op het bord geprojecteerd van het boek ‘de jongen, de mol, de vos en het paard’.
- ‘ Wat is jouw beste ontdekking? vroeg de mol. ‘Dat wie ik ben genoeg is’ zei de jongen.
- ‘ De meeste ouden mollen die ik ken, zouden willen dat ze minder naar hun angsten hadden geluisterd en meer naar hun dromen’
- ‘Wat is het moedigste, dat je ooit hebt gezegd?’ vroeg de jongen. ‘Help’ antwoordde het paard
- ‘Wat wil je later worden als je groot bent?’ ‘Lief’ zei de jongen.
- ‘Ik heb geleerd hoe je in het nu kunt leven.’ ‘Hoe dan?’ vroeg de jongen. ‘Ik zoek een rustig plekje, sluit mijn ogen en adem.’ ‘Klinkt goed, en dan?’ ‘Dan concentreer ik me.’ ‘Waarop?’ ‘Op taartjes,’ zei de mol
Hoewel de leerlingen in eerste instantie wat verdwaasd naar het bord keken en niet echt snapten wat ik van ze wilde, ontstond er een prachtig gesprek over de moed om jezelf te zijn. Over de boze stemmen in je hoofd die je vertellen wat je allemaal niet goed doet en wat je kunt doen om liever naar jezelf te zijn. Over waarom het voor schut voelt als je om hulp vraagt terwijl het vreemd is dat we dat niet ervaren als een ander onze hulp vraagt. Dat om hulp vragen ook de kans geeft voor de ander om jou te helpen wat voor verbinding zorgt. Waarom volwassenen altijd vragen wat je wilt worden (omdat ze vaak niet goed weten wat ze je anders kunnen vragen) en hoe je daar antwoord op kan geven (tevreden, gelukkig, een tegenvraag stellen zoals hoe was je zelf als puber). Over angsten en dromen en verwachtingen en verbinding en liefde. Over het voelen van gevoelens. Dat het helemaal ok is wanneer je even niet lekker in je vel zit en dat iedereen dit heeft. Dat het erbij hoort en dat het de uitdaging is om hier zacht mee om te leren gaan.
Onze jongeren leven in een roerige wereld waarin de verwachtingen groot en tegenstrijdig zijn. De volwassenen om hen heen en de mensen die ze zien via de (social) media lijken daarin niet altijd de geruststelling te kunnen bieden die ze nodig hebben om vertrouwen op te bouwen. Laten we samen kijken naar hoe we hier mee om gaan, door zelf ook open te zijn over onze angsten, onze dromen, onze gevoelens, onze onzekerheden. Laten we stoppen met het overschreeuwen en onze gevoelens eens toelaten, bekijken, doorvoelen. Opdat onze jongeren van ons kunnen leren, dat het ok is om het even niet te weten. Dat er niets ergs gebeurt wanneer je je onzeker, beledigd, geraakt of verdrietig voelt, maar dat het erbij hoort. Dat juist dat het leven kleur geeft omdat je alles dan ook echt beleefd. We krijgen geen vertrouwen door steeds mooi weer te spelen. Vertrouwen kan ontstaan wanneer we stormen het hoofd hebben weten te bieden.