nr 40 Trauma


  1. Hij wil hier niet zijn. Hij wil niet met deze klasgenoten, in dit lokaal, met deze lessen. Hij wil niet presteren. Hij wil niet bij zijn moeder, hij wil niet bij zijn vader. Hij wil wel leuke contacten en hij wil geen leuke contacten. Hij wil wel een diploma maar hij wil er niet voor werken. Hij wil wel, maar het kan niet. Verstrikt in de storm van emoties. Verstikkend tussen alle volwassenen die voor hem bepalen. Hij wil hier niet zijn, maar daar. Hij weet alleen niet waar daar precies is.
  2. Hij wil eigenlijk alleen maar spelen. Hij frummelt met papiertjes, pennen, gummetjes. Bouwt een fort op zijn tafel waar niemand doorheen mag. Hij maakt vreemde geluiden, praat met gekke stemmen, huilt makkelijk, voelt zich ongemakkelijk. De wereld is ingewikkeld voor hem, ze willen van alles wat hij niet wil omdat het niet leuk is. En dan moet hij toch en worden mensen boos en dan wil hij nog steeds niet. Hij zoomt uit, is er niet meer, schuilt onbereikbaar in zijn eigen fort. Kijkt tussen de kantelen door of er iemand is die hem ziet en met hem wil spelen.
  3. Hij vertrouwt niemand. Durft de klas niet in en zit in de gang. Drie weken lang nodig ik hem uit in het voorbij lopen en uiteindelijk durft hij naar binnen te stappen, gaat achterin het lokaal zitten en doet alsof hij mij niet ziet. Zijn vader laat hem regelmatig alle hoeken van de kamer zien. Het is een man met macht. Zoon moet stoer en sterk zijn. Zoon is groot en zacht, en vreselijk in de war. Zoon geeft me een boks. We hebben contact. Zoon geeft me een boks terwijl er een naald tussen zijn knokkels zit. Ik vertel hem dat je mensen die je aardig vindt geen pijn doet. 
  4. Ze durft het gewoon niet. Ze is een vlieg op de muur, verstopt zich in grote kleding, vermijdt alle oogcontact. Ze wil niet dat iemand naar haar kijkt, ze maakt geen geluid. Ze is slim, aardig, mooi, fantastisch, maar ze heeft een hekel aan zichzelf. Ze durft er niet te zijn.
  5. Zijn gedachten zijn te groot voor deze wereld, het brein werkt te snel en zijn mond kan hem niet meer bijhouden. Dus kiest hij in de gedachtensprongen die gedachten die naar zijn mening helder zijn, maar die niemand begrijpt omdat ze de tussenstappen hebben gemist. Het is te vaak gebeurt dat hij in een gesprek wezenloos werd aangestaard, geen reactie op zijn vraag. Nu houdt hij zijn mond.
  6. Ze kwam wel naar school en toen kwam ze nooit meer naar school
  7. Slim en zachtmoedig maar ontzettend gekwetst kwam hij mijn lessen bijwonen. Hij zat in de hoek en zei niets in de lessen. Maar bleef steeds vaker na de les ‘hangen’ en we raakten in gesprek. Hij vertelde over zijn moeder die ongeneeslijk ziek was, vertelde over zijn wereld, zijn dromen en zijn angsten. Met zachte melodieuze stem om maar niet te veel ruimte in te nemen. Toen hij op een dag bekende dat hij soms zo bang was terwijl dat eerder niet zo was, vertelde ik hem dat dat groeipijn is. Het doet altijd een beetje pijn als je groeit.
  8. Niemand weet hoe erg het thuis echt is.
  9. t/m 1000

Gebiologeerd heb ik zomergasten van afgelopen zondag verslonden waarin Bessel van der Kolk, psycholoog en traumaspecialist, te gast was. Een zin bleef hangen; ‘Kinderen nemen de pijn die hen wordt aangedaan, zichzelf kwalijk’. 

Ik zie het dagelijks wanneer ik voor de klas sta. Kinderen die onbegrepen zijn, geen ruimte in durven nemen, bang zijn voor de reacties van anderen (volwassenen) en zich verstoppen of om zich heen slaan. Alle overlevingstechnieken passeren de revue tijdens een dagje speciaal onderwijs.

Alleen betrokken docenten lukt het om de afweer voorzichtig af te pellen, stukje bij beetje te zien wie er onder zit. Deze tere ziel welkom te heten en te laten merken dat er niets zo sterk is als jij. We bieden veiligheid, structuur, grenzen, duidelijkheid en tegelijkertijd zeggen we; ‘jij bent welkom, je mag spelen, ik vind je aardig, lief, fantastisch zoals je bent, ik heb geduld en luister naar je, leg het me uit, kom alsjeblieft, ik zal je helpen’.

Bessel van der Kolk geeft aan dat het van belang is om niet maar steeds over trauma te praten, maar dat fysiek ervaren dat het anders kan, het brein helpt om het trauma te verwerken.

Het gevaar voor de betrokken docenten ligt niet zozeer in het contact met de kinderen maar eerder dat je door de verbondenheid vergeet om goed voor jezelf te zorgen. Je eigen grenzen niet te hanteren, continue bezig te blijven met je werk en de pupillen waar je de verantwoordelijkheid voor voelt, de organisatie overeind te houden bij tekorten, de pauzes over te slaan, vergeten te eten of naar de wc te gaan. De antennes die we uit hebben staan naar de stille leerling, de mogelijke conflicten, het aanvoelen wat er nodig is, wanneer je bij moet sturen of juist even moet laten, trekken ons leeg. Alleen wanneer we als docenten goed leren zorgen voor onszelf, kunnen we blijven helpen, ondersteunen, onderwijzen, leren, organiseren, creëren. Bovendien geven we daarmee een voorbeeldfunctie naar de kinderen die zien hoe dat er uit ziet, goed voor jezelf zorgen. En misschien is dat wel een van de belangrijkste lessen.

guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Scroll naar boven