Het verschil tussen een labyrint en een doolhof is niet voor iedereen duidelijk. Vaak worden ze door elkaar gebruikt en heeft men wel een idee van verdwalen, maar niet het exacte verschil. We gebruiken ze als synoniemen van elkaar. Toch verschillen ze wel degelijk.
Het belangrijkste verschil heeft te maken met de weg; een doolhof heeft talloze paden en vele mogelijkheden. Je kunt er niet over de muren heen kijken en hebt dus geen overzicht. Het doel is om de uitgang te vinden. Een labyrint heeft slechts 1 pad die door de hele ruimte wervelt. Een labyrint voert naar het midden.
Wanneer we te maken krijgen met moeilijk situaties behandelen we dit vaak als een doolhof. We voelen ons gevangen en verward, missen het overzicht en willen graag maar 1 ding; zo snel mogelijk de uitgang vinden. We vervloeken de verkeerde wegen en raken gefrustreerd als het te lang duurt. We verwensen degene die het doolhof gemaakt heeft.
Een voorbeeld. Je bent door je rug gegaan en kan moeilijk bewegen. Je baalt hier van, wil geen pijn hebben. Je raakt gefrustreerd dat de doktersassistente aangeeft om een week geduld te hebben, baalt dat je pas de volgende week bij een fysiotherapeut terecht kan. Een schrikbeeld van een week pijn voor de boeg.
Een voorbeeld. Je wacht op een collega om iets in te vullen waarmee je verder moet. Je hebt al drie keer een mail gestuurd. Je voert gesprekken in je hoofd waarin je de collega berispt, ze had beter moeten plannen.
Een voorbeeld. Je staat in de file. Je gaat te laat komen. Je wisselt steeds naar de laan die het meest lijkt op te schieten en toetert venijnig naar degene die je niet voor laat gaan.
Een voorbeeld. Je voelt je down. Je hebt een off-day. Je bent chagrijnig naar ieder om je heen omdat zij er niet voor zorgen dat je geen last van ze hebt.
Dagelijkse voorbeelden waarin we verwoed naar de uitgang zoeken om het ongenoegen zo snel mogelijk kwijt te raken. Waarin we verlangen dat de situatie anders is. Waarin de dingen anders lopen dan we zouden willen. Maar er zullen altijd dingen blijven waar we geen of nauwelijks invloed op hebben. We hebben geen controle. Als we hier snel doorheen sprinten, kunnen we de situatie niet beleven. We missen de onderliggende boodschap in de illusie dat we alles onder controle moeten hebben.
Stel dat we deze situaties niet zouden behandelen als een doolhof, maar als een labyrint?
We zoeken dan niet verwoed naar de uitgang maar laten ons meevoeren op het pad. We kijken verwonderd naar binnen. We vertrouwen er op dat we de uitgang uiteindelijk vinden.
De pijn in de rug kan een signaal zijn om het even wat rustiger aan te doen. Misschien moeten we daar dan aan toegeven?
De frustratie naar een collega kan ook de vraag oproepen waarom het de ander niet is gelukt. Misschien heeft ze hulp nodig of was jouw vraag niet duidelijk genoeg.
De file is een mooi moment om eens mee te zingen met de muziek. Het lost uiteindelijk vanzelf op.
Je down voelen heeft een oorzaak, waar heb je behoefte aan en hoe kan je hieraan gehoor geven, al is het maar op een kleine manier?
Wanneer we ons laten mee voeren op het pad zijn we veel relaxter en leren we ondertussen ook nog iets over onszelf. In een labyrint heb je overzicht en vertrouwen in een goede afloop. Het dwalen is dan magisch.