Het is alsof er een wedstrijd is uitgeschreven en iedereen wordt geacht de eindstreep te halen. Alleen, de wedstrijd bevat verschillende elementen; met een skippybal moet je een bepaald parcours afleggen met een aantal pupillen in je kielzog die aan je vastzitten en op de eigen skippybal meehoppen, terwijl je verschillende bordspellen tegelijk uit je hoofd moet spelen. Al springend probeer je kuilen te ontwijken, water te overbruggen, klim je een berg op en probeer je ondertussen te onthouden dat de toren op A2 staat en je al 3 pionnen in het thuishonk hebt. Het gaat best goed, je hebt het redelijk onder controle. Dit ga je redden.
Tijdens de wedstrijd wordt het parcours verlegd en moet je opeens door het water, onder de brug en van de berg af. De tijd tikt, de toeschouwers juichen en je collega’s hoppen vrolijk mee, ondertussen hardop declamerend welke schaakzet ze net hebben gedaan en met een dobbelsteen gooiend voor de volgende zet. De luidspreker roept nieuwe spelregels, geeft aanwijzingen van richtingen die je net bent ingeslagen, het weer slaat om. Keken je collega en jij elkaar net nog lachend aan, nu gaat het er om. Je pupillen beginnen te klagen. Je wordt fanatiek, wilt de eindstreep halen, dus als een ware coach hou je motivatiespeeches doorspekt met gevlei en bedreiging. Iedereen is nu fanatiek. Er wordt tegen elkaar aan gebotst zonder sorry te zeggen. Je wordt moe, de toren staat op het thuishonk, de pionnen staan in een keer op het schaakbord, je skippybal lijkt een eigen leven te leiden. Je pupillen dreigen de wedstrijd te verlaten. Je verliest het overzicht. De bordspelen vallen om. Je sjort wat aan de hengsels van de skippybal om het weer de juiste richting in te sturen.
Je neemt even de tijd om stil te staan. Je zet de borden overeind, de stukken weer in positie, kijkt naar de eindstreep. Je haalt je groep nog 1 keer over om het laatste stuk te overbruggen en de laatste resten energie aan te wenden. Je haalt een keer diep adem en daar ga je.
Je bent net lekker op weg, als er iemand op je pad verschijnt om met je van gedachten te wisselen over het parcours van de volgende wedstrijd. En dat je dan niet op de skippybal gaat, maar op een pogostick, terwijl je door een hoepel van vuur moet springen. Leuk idee toch? Maar eigenlijk kun je nog helemaal niet overzien of dat wel zo’n leuk idee is. Want je bent bezig met het hoppen naar de eindstreep, terwijl je dame op d5 staat en je net met je laatste pion opnieuw moet starten en je de pupillen meesleurt als natgeregende puppy’s die echt geen zin meer hebben.
Nog 100 meter en 8 zetten te gaan. Nog 5 keer gooien met de dobbelsteen. Samen met collega’s buitel je over de finish, zwaai je de pupillen uit en zit je samen uit te hijgen bij de barbecue. Wat een wedstrijd is het dit jaar geweest! Wat een fijne club om samen mee te strijden. Opeens zie je waarom je juist voor deze queeste steeds opnieuw kiest, het is niet alleen vanwege de pupillen die het beste in je naar boven halen, niet alleen vanwege de onvoorspelbaarheid en de kick van de adrenaline rush die dit geeft, niet alleen vanwege de mooie resultaten en prachtige anekdotes. Het is ook omdat je het samen met deze club mensen mag doen.