nr 20 Metanoia

Vaak ben ik op zoek naar bijzondere woorden. Woorden met een prachtige klank. Woorden die iets bijzonders uitdrukken. Woorden die nieuw voor me zijn en me aan het nadenken zetten. Wanneer ik een nieuw notebook mag inwijden, begin ik altijd met 1 woord dat gedurende de maanden dat ik het notebook vul, centraal mag staan. In een van mijn notebooks, was ‘metanoia’ de term. 

Metanoia betekent een hartsveranderend inzicht. Een na-denken, een inkeer. Persoonlijke groei. 

Metanoia gebeurt een aantal keren in iemands leven. Je bent gewend om op een bepaalde manier ergens tegenaan te kijken, op een bepaalde wijze te leven en het kabbelt wel een beetje door. Totdat het begint te wringen, je voelt op een dieper niveau unheimlich. Er wringt en wrijft iets, het schuurt en prikkelt en je komt er in eerste instantie niet goed achter wat het is. Je vel is te nauw, je irriteert je, je voelt je somber en geprikkeld. Totdat er opeens een openbaring is en besef je wat je mist of nodig hebt. Je krijgt hernieuwde energie en gaat de uitdaging aan, durft de stap te zetten en diep van binnen voel je dat het goed is. Het is als een pijl en boog, de spanning neemt toe en je voelt de weerstand. En opeens wordt je de kosmos in geschoten. 

In de kindertijd zie je het aan de groeisprongen. Zo worden ze genoemd en het is een prachtig woord. Je ziet de peuter dreinen, vermoeid zijn, het conflict opzoeken. Ouders verzuchten dat er geen land meer met ze te bezeilen is. En opeens schieten ze de lucht en in kunnen ze nieuwe dingen. Je ziet het bij studenten die bijna afstuderen en zich voorbereiden op de grote mensenwereld. Je ziet het bij mensen die van baan veranderen, die een stap zetten om de dromen te verwezenlijken, die uit een ongezonde relatie stappen, die voor zichzelf beginnen. 

En ik zie het in de klas met pubers. En hemeltje, wat is het mooi om te zien. 

De puber die te krap in z’n vel zit, humeurig en drammig, op het scherpst van de snede. Argwanend naar volwassenen, op zoek naar grenzen en bang ze te ver te overschrijden. Nog geen overtuiging in eigen kunnen, faalangstig. Zo komen ze binnen op het voortgezet onderwijs. 

Ze leren zich te ontspannen, ze leren te argumenteren, ze leren zichzelf ergens toe te zetten, ze leren zich verzetten. Ze leren een eigen mening te formuleren en ze leren keuzes maken. Ze leren zichzelf kennen en zich verhouden tot anderen. 

En opeens de transformatie wanneer ze inzien dat ze zelf invloed hebben en zich deze kunnen toe-eigenen. Dat een bepaalde aanpak werkt. Dat er naar ze geluisterd wordt. Dat ze groeien. Dat ze datgene waar ze tegenop zien ook werkelijk kunnen. Dat ze kunnen vertrouwen op hun eigen vermogen om problemen aan te kijken en op te lossen. Dat ze groots mogen dromen. Dat ze stappen in die richting kunnen en mogen zetten. Opeens zie je ze de ruimte innemen die hen toekomt. 

Deze week moest ik invallen bij de eerstejaars leerlingen. Vanwege de Corona en vanwege het leven, waren er 5 collega’s afwezig. We vangen het samen op. Dus stond ik opeens voor een groepje piepkuikens. Het scheelt maar 2 à 3 jaar met mijn eigen mentorklas, maar wat een wereld van verschil. Geheel gericht op mij als docent, niet helemaal kind en nog niet helemaal puber. Al een klein beetje stoer maar ook vragen of ik wil helpen om het bananenbakje open te maken. Donald Ducks in de klas voor de stille momenten. De eigen kleur potloden in een stoere etui. 

Wanneer ik terugkom in mijn eigen klas, zie ik een mailtje van een leerling. De vraag of ik wil helpen met een planning want hij kwam er niet helemaal uit en wil niet te gestresst raken voor de toetsweek. 

Wat een groei hebben pubers. Wat een metanoia. 

guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Scroll naar boven