nr 25 Draaikolk

De VSO-scholen zijn weer open. Veel mensen weten dat niet, maar de overheid heeft gesommeerd dat VSO-scholen hun uiterste best moeten doen om fysiek onderwijs te geven. Ik vind het jammer dat niet alle jongeren als kwetsbaar worden gezien, maar dat terzijde. En hoewel het spannend is om met z’n allen in één gebouw te zitten terwijl we thuis geen viste mogen ontvangen, is het voor onze leerlingen meer dan goed dat ze ‘gewoon’ de lessen volgen. Op anderhalve meter afstand van elkaar. Met de handen kapot van het vele wassen. Met de vreemde dansen om elkaar heen wanneer er iets gepakt moet worden. En met de huid rondom de mond schraal van het continue mondkapje. We zijn echter weer open.  

Iedere schooldag peil ik even bij de leerlingen hoe ze erbij zitten. Ik heb 3 smileys op het bord, een met de mondhoeken naar beneden (het is niet zo goed), een met de mond als een streepje (meh, niet goed, niet slecht) en een happy face. Ik vraag de leerlingen aan te geven hoe ze zich voelen door de vinger op te steken en te turven hoeveel er bij welke smiley staan. Daarna vraag ik of iemand er iets over wil vertellen.

Deze week staan alle smileys op verdrietig en meh. Als ik hier naar vraag, krijg ik na enig aandringen de volgende verklaringen:

– Ik vind het moeilijk wat er gebeurd met de rellen, 

– Ik ben onrustig,

– Ik ben bang dat ik mezelf verlies,

– Ik wil geen toetsen maken,

– Ik ben in de war van wat er allemaal gebeurt,

– Ik ben bang,

– Ik ben boos,

– Ik weet het even allemaal niet,

Onze jongeren voelen alles keihard, maar weten geen handen en voeten eraan te geven. Van binnen kolkt het en stroomt het over. Ze krijgen mee wat voor puinhoop het lijkt, ze krijgen mee dat wij als volwassenen meer gespannen zijn dan anders, ze krijgen mee dat er gesproken wordt over een burgeroorlog. Ze zitten op social media en worden overspoeld met tegenstrijdige meningen. Ze spiegelen zich aan ons, en zien dat wij het ook even niet meer weten. Ze zien de frustratie, de onmacht, de chagrijn.

Het verschil is, dat ze er geen woorden aan weten te geven. Ze sluiten zich op in hun kamer en trekken zich terug. Hoe moet je dit plaatsen? Waar te beginnen? Wat moet je wel en wat moet je niet doen? 

Ik kijk naar de bedrukte gezichten die naar beneden staren en ik probeer het te duiden voor mijn klas. ‘Het lijkt op een draaikolk, deze hele pandemie en alles wat we nu samen meemaken. In het begin zaten we aan de buitenste rand en wisten we niet waar het naar toe ging. Nu zijn we steeds dichter bij de kolk en komt alles in een stroomversnelling. En wat moet je doen wanneer je in de draaikolk zit? 

Je probeert te ontspannen, neemt een diepe teug lucht, houdt elkaars handen vast en laat je even mee naar beneden stromen. Daaronder neemt de kracht af en kun je er van wegzwemmen. Wat ik hiermee wil zeggen, is dat we niet kunnen veranderen dat we in een draaikolk zitten. We zitten nu op het punt waarbij het even zwaar is, voordat het licht wordt. En het enige wat je nu kunt doen is proberen te ontspannen, elkaars handen vasthouden, goed voor jezelf te zorgen en erop te vertrouwen dat het zo meteen weer kalm en duidelijk is. Dat de zon schijnt.

Wat mij helpt om deze lockdown te doorstaan is het volgende:

  • Ik praat over wat me dwars zit of zorgen maakt. Want het delen zorgt er voor dat ik weet dat ik niet alleen ben. En dat geeft kracht   en geruststelling.Voorzichtig wordt er in de klas gesproken over de eigen moeilijkheden. Ze zijn ontzettend kwetsbaar en dapper wanneer ze dit met elkaar delen.
  • Ik probeer wat nieuws te leren. Iets wat ik nog niet kan en wat met m’n handen is en niet met m’n hoofd.(‘zoals wat dan?’ Nou ik zal je eerlijk vertellen, op dit moment ben ik aan het borduren. De laatste keer dat ik dat deed was op de basisschool. Ik vind het ook een beetje suf klinken, maar toch vind ik het heel prettig om steeds dezelfde handeling te doen. Ik zet een muziekje op of een podcast en verdwijn even in het ritme van wat ik aan het doen ben.)
  • Ik zoek de stilte op. Ik ga zitten en doe even helemaal niets. Eerst voel ik me enorm onrustig, maar daarna wordt het stil. En in de stilte vind je altijd jezelf terug. (de leerling die dit aangaf keek me sceptisch aan). Ik zou willen dat iemand dit mij had verteld in mijn woelige tienerjaren.
  • Ik lees mooie boeken. (Er wordt protesterend gezucht, lezen is niet favoriet in deze klas.)
  • Ik heb een lijstje met dingen die ik kan doen wanneer ik me kapot verveel. (‘Wat staat daar op dan?’ vraagt een leerling. ‘Nou bijvoorbeeld, bak een taart voor de buurvrouw, laat je door de hond leiden in waar je naar toe gaat, doe iets liefs voor een ander zonder dat hij het doorheeft. Dat soort dingen. Dingen die bij mij passen. Wellicht staan er bij jou hele andere dingen op.)
  • En als laatste hou ik me voor wat ik allemaal wil gaan doen wanneer het straks weer voorbij is. Ik vraag de leerlingen wat zij graag zouden doen wanneer alles weer kan. De energie in de klas verandert meteen wanneer het ene wilde plan na het andere komt. ‘Ik ga mn eerste biertje drinken, ik wil op vakantie, ik ga naar ieder feest wat er is, ik ga oma knuffelen, ik ga naar mijn zus in Engeland’

Vervolgens vraag ik wat ze zou helpen om vandaag de dag een beetje goed door te komen. Er zijn twee toetsen gepland waar ze wat tegenop zien. Sommigen willen nog even leren, anderen willen even iets voor zichzelf doen. Ik haal koffie en thee voor een ieder en verlaag het tempo van de lessen die ik zelf geef.

Het zijn vreemde tijden. Maar in de hectiek, de onrust en de verwarring zijn er heel veel prachtige momenten.

guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Scroll naar boven